Sedert
het begin van de 20ste eeuw kenmerkt het Marokkaanse
cultuurlandschap zich door de aanwezigheid van twee taalgroepen. De
eerste groep wordt gevormd door de berberofone bevolkingsgroepen:
bergbewoners van het oostelijke RIf, het Beni Snassen-massief de
Midden-Atlas en de Hoge Atlas, bewoners van de Sous en de
confederatie van de Alt Atta, in het zuiden van het land. De tweede
groep spreekt Arabisch en leeft in de steden, vlaktes, plateaus,
steppen en bergen van het centrale en westelijke Rif.
Deze etnolinguistische verdeling onderging in de loop van de laatste
decennia grote veranderingen, teweeggebracht door de intensieve
rpobilireit van bepaalde bevolkingsgroepen en in het bijzonder door
definitieve migraties naar de. steden. De impact van deze
wijzigingen was nier overal in Marokko even sterk voelbaar. In de
rurale wereld ondergingen de specifieke cultuurgebruiken van de
verschillende streken, ondanks de trek naar de stedelijke centra,
geen diepgaande beïn vloeding. Elk gebied bewaarde de belangrijkste
karakteristieken van zijn traditionele structuur Hiertegenover staat
dat de ontvolking van het platteland een etnische vermenging zonder
voorgaande veroorzaakte in de steden. In de stedelijke gebieden,
oorspronkelijk bevolkt door Arabieren, kreeg de bevolking een
heterogener karakter.
De
leefwijze, de verdeling van de ruimte en het woningtype verschillen
naargelang het gaat om sedentaire bevolkingsgroepen of confederaties
van herders die de seizoenstrekingen. De sedentaire groepen leggen
zich toe op een polycultuur gepaard aan veeteelt en hun ruimtelijke
organisatie kenmerkt zich door drie types van grondgebruik:
geirrigeerde akkers, niet- geïrrigeerde akkers (boei) en
doorgangsgebieden. De veehoeders die een volledige of gedeeltelijke
seizoenstrek ondernemen, maken samen met hun kudden seizoenebonden
verplaatsingen tussen het gebergte en het laagland en bezitten geïrrigeerde
gronden aan de voet en in de omsloten valleien van de bergmassieven.
Tegenwoordig kan men moeilijk een onderscheid maken tussen het
sedentaire en het nomadenbestaan omdat deze twee leefwijzen naast
elkaar kunnen voorkomen in dezelfde familiale onderneming of in
eenzelfde dorpsgemeenschap. De ruimtelijke verspreiding van de
bevolkingsgroepen komt nog steeds overeen met de hoofdlijnen van de
traditionele verdeling, niettegenstaande de moeilijkheden, de
diepgaande veranderingen die de rurale maatschappij ondergaat sedert
meerdere decennia en de omvang van het proces van permanente
vestiging van de nomaden. |