 |
|
|
 |
|
|
|
|
| |
|
Geschiedenis
|
|
Alhoceima
|
Al-andalus
|
Marokko
|
|
Alhoceima
geschiedenis: |
In de meeste documenten gaat de geschiedenis van dit gebied tot aan de 15e
eeuw, wat eigenlijk wel merkwaardig is als je kijkt naar bijvoorbeeld de
geschiedenis van Melilla 100 km verder die wel een geschiedenis kent tot aan
de Griekse tijd. Er zijn geen archeologische onderzoeken verricht, en het
wordt steeds onmogelijk om deze discipline uit te voeren gezien de enorme en
ontorganiseerde bouwactiviteiten in dit gebied. Er zijn wel geruchten over
een oude Romeinse stad die onder de Nokour gebied begraven ligt; wederom
zonder officiële archeologische bewijzen.
In 1926, onderdeel van de gecombineerde aanval op de ADB EL-KARIM's Rif
leger, landde een Spaanse leger eenheid onder leiding van generaal Sangurgo
op het vaste land van AL Hoceima en de eerste tenten werden op Jbel
Moroviego opgesteld. Het vasteland van AL Hoceima was eindelijk in handen
van de Spanjaarden, de stichting van de toen villa Sangurgo begon. Eindelijk
omdat de Spanjaarden al heel lang belangstelling hadden voor dit gebied,
immers ze waren al op het eiland Nokour ( Penon de Alhucemas).
In 1559 kregen de Spanjaarden van de toenmalige Sultan van Marokko, Mulay
Abdala alle eilanden van AL Hoceima in handen in ruil voor verdediging tegen
de Turken. In 1561 bouwden de Spanjaarden een fort op het eiland Nokour.
Deze eilanden zijn officieel gekoloniseerd pas in 1668 na diverse
schietpartijen tussen Irifien en de Spanjaarden. Vanaf 1673 tot nu toe zijn
er Spaanse militairen aanwezig op deze eilanden.
Dit gebied was van groot strategische belang voor de Spanjaarden. Het lag
precies tussen Ceuta en Melilla en beschikte over twee goed beschermde
baaien (Nokour en Bades) die vaak gebruikt worden als tussen stations voor
de commerciële zeevaart. Het feit dat deze zeevaart vaak bedreigd werd door
de Irifien die zeer actief waren als piraten wat eigenlijk een soort van
verdedigingsmiddel was maar ook gewoon een bron van inkomen. De Spanjaarden
bouwden eerst hun kazerne (wordt nog steeds gebruikt door de Marokkaanse
marine) en huizen voor soldaten en zo ontstonden de nog steeds bekende oude
buurten van de stad. Je vindt er nog steeds oude Spaanse huizen hoewel het
worden steeds minder. Blijkbaar wil men ook van deze korte geschiedenis niks
overlaten. Zo wou men bijvoorbeeld het bekendste Spaanse gebouw in het
centrum van AL Hoceima Florido helemaal slopen. Spanjaarden zelf moesten
interveniëren om dit te verhinderen, uiteindelijk is het bij een renovatie
gebleven.
De Biya van toen was nog uitsluitend bewoond door militairen die daarna hun
familieleden lieten overkomen. Voor Arif in het algemeen was dit een zeer
moeilijke periode: er heerste honger en schaarste. Veel van hen gingen
werken voor de Spanjaarden die het zelf ook niet zo best hadden. Vooral
Iboekhyen en later ook Ait Wayagher en zo ontstond ook een gemeenschap van
Irifien in de stad. Generaal Fransisco Franco die in 1930 de aanval op
Spanje vanuit Arif voorbereide, rekruteerde veel Irifien die meestal in de
frontlinies van de Spaanse civiele oorlog werden gezet. Het feit dat de
Spanjaarden zelf niet zo goed hadden, maakte de assimilatie met Irifien veel
makkelijker. Er waren ook veel Irifien die hadden gekozen om in Algerije te
gaan werken. Zo ontstond een Spaanse-Arif gemeenschap in Biya, de munt was
de peseta en de administratieve taal was het Spaans.
In 1956 trokken de Spanjaarden zich terug uit AL Hoceima (behalve de
eilanden), hun huizen werden door Irifien overgenomen. Het einde van het
protectoraat in Arif vertrok zich op een rustige manier dan wat het geval
was in het Franse deel. In 1958 en 1959 moest het hele sociale en
economische systeem in Arif dat door de Spanjaarden op gaan was gebracht op
zijn kop. De peseta werd door de Marokkaanse franc vervangen en Frans werd
de administratieve taal. Dit resulteerde in een chaos en Irifien kwamen in
opstand in 1959.
AL Hoceima word nu bestuurd door Arabische ambtenaren. Veel Irifien die in
dienst waren in het Spaanse leger gingen over naar het Marokkaanse leger
zodat zij toch wat kunnen blijven verdienen, maar het viel allemaal tegen.
Het werd nog erger dan tijdens het Spaanse protectoraat. De immigratie naar
Europa begon. De belangrijkste bron van inkomsten was de visserij. Veel
Irifien, vooral Iboekhyen, hadden veel ervaring met de Spanjaarden opgedaan.
Ik weet nog als inwoner van AL Hoceima hoefde je niet eens geld te betalen
voor vis. Tegenwoordig kan je niet meer spreken van een belangrijk bron van
inkomsten voor AL Hoceima zelf. Een andere bron van inkomsten is toerisme.
De schitterende stranden en prachtige bergachtige landschappen trokken heel
veel toeristen naar dit gebied ook veel hippies kwamen naar AL Hoceima om
vandaar het kif gebied te bezoeken. Het toerisme ging ook steeds verdwijnen
en het massale arme binnenlandse toerisme kwam in zijn plaats.
De politieke en economische situatie in AL Hoceima is al die tijd zeer
gespannen geweest. Een kleine geselecteerde groep Irifien wist profijt van
deze situatie te maken en daarvoor hebben ze nauw samengewerkt met de
Arabisch bestuurders en krijgen toegang tot de hierboven genoemde sectoren:
visserij, toerisme en de handel in kif. De volksvertegenwoordigers, zowel de
centrale als de regionale, die meestal hun kandidatuur omkopen hebben niks
te zeggen. In een politieke strijd die eigenlijk tussen politieke partijen
moet gaan in Arif was het een strijd tussen stammen. Zo was een politieke
eenheid in Arif net als in de tijden van Ammezian en ABE EL-Karim
uitgesloten.
De immigratie naar Europa ging in de jaren 70 door. Irifien die van plan
waren om terug te keren naar hun geboorte plaats lieten nu hun gezinnen
overbrengen. Eind jaren 70 en begin jaren 80 kwamen de eerste generaties
goed geschoolde Irifien. Ze waren politiek bewust en ze lieten dat meteen
merken. De eerste scholieren demonstraties zowel binnen de muren van hun
scholen als daarbuiten waren een feit. De demonstraties van 1984 waren een
landelijke gelegenheid maar Arif had een bijzonder deel in. De consequenties
voor Irifien waren rampzalig. Veel jongeren zijn de gevangenissen in
gestuurd, anderen vluchtten weer naar Europa. Deze vlucht van studenten (ook
niet studenten) naar Europa gaat nog steeds door.
De centrale overheid trok alle economische rijkdommen naar zich toe en
investeerde nauwelijks iets terug. Er wordt niks gedaan aan de corruptie
binnen de regionale overheid die de ecologie van dit gebied omzeep heeft
geholpen. Illegale bouwactiviteiten werden toegelaten. Bomen werden zomaar
gekaapt en het bouwen of herstellen van wegen en landschappen.. hier is
nooit geld voor. Nu zijn het vooral menselijke rijkdommen die het moeten
ontgelden. Niet vergetend de laatste serie aardbevingen die AL Hoceima
hebben getroffen. Daar kun je ook constateren hoe de centrale overheid zich
om dit gebied en haar mensen heeft bekommerd.
AL Hoceima wordt vaak als de vergeten riviera genoemd. Terecht want alle
ingrediënten zijn er, alleen de verantwoordelijken willen dat niet. |
|
|