|
In
vroeger tijden...
Er hebben in vroeger tijden allerlei volken in Marokko gewoond, die er hun
invloed achtergelaten hebben. Het is echter moeilijk vast te stellen wie
zich er het eerste, al in de steentijd, hebben gevestigd. Vast staat, dat er
altijd contact met Europa is geweest, via de Straat van Gibraltar, en aan de
andere kant ook met zuidelijk Afrika en het Midden-Oosten. De belangrijkste
invloed is vermoedelijk al heel lang die van andere volken uit het
Middellandse-Zeegebied geweest.
Lybiërs
of Numidiërs?
Rond
het jaar 1000 voor Christus is er een beschaving ontstaan die Libyco-Berber (Libisch-Berbers)
wordt genoemd. De bewoners van dat moment zijn de rechtstreekse voorouders van
de huidige Berbers. Veel is er over de geschiedenis van die tijd niet bekend.
De eerste vermeldingen zijn gevonden bij oude Griekse schrijvers, maar erg
nauwkeurig is de informatie niet, en hij heeft alleen betrekking op de
kuststreken.De bewoners worden dan 'Lybiërs' of Numidiërs genoemd, dat
betekent: nomaden. Zelf noemen ze zich echter 'Maxyes', waarin sommigen
Imazighen herkennen.
Vondsten
Archeologische vondsten, met name op begraafplaatsen, bevatten duidelijke
aanwijzingen voor een geloof in een leven na de dood: er werden aan de
overledenen allerlei gebruiksvoorwerpen meegegeven.Van de taal van de bewoners
is nauwelijks iets bekend, al is het wel zeker dat hij tot de semitische
taalfamilie behoorde - net als het Arabisch.
Afkomst
Onduidelijk blijft waar de voorouders van de Imazighen vandaan komen. Uit
Europa, Zuid-Jemen, Ethiopië of India of zelfs nog verder weg, uit het
Himalaya-gebergte in Tibet? Het is een vraag die misschien wel nooit met
zekerheid beantwoord zal kunnen worden. Wel staat daarentegen vast dat de
Imazighen vele grote persoonlijkheden hebben voortgebracht, zoals daar zijn:
Ibn Rushd (Latijnse naam Averroës), een groot denker/filosoof en Ibn Khaldun,
een groot dichter die echter in het Arabisch schreef. De Imazighen zijn in het
algemeen ook in het dichten niet onbegaafd, zelfs als ze dat doen in het
Arabisch. Hannibal, een veldheer uit Carthago en Septimus Severinus, in dienst
van de Romeinen, waren ook Imazighen.
Barbaren of vrije mensen?
Tegenwoordig is het algemeen gebruikelijk de oorspronkelijke bewoners van
Noord-Afrika aan te duiden met de term Berbers. Maar de Berbers van nu
beschouwen de naam niet als iets van henzelf. Zij noemen zich liever Amazigh
(meervoud Imazighen), 'vrije mensen'. De term komt oorspronkelijk van het
Griekse woord barbaros. Hiermee werden de mensen aangeduid die geen deel
hadden in de Griekse beschaving. Voor de Romeinen kreeg de term een negatieve
bijklank: 'zij die zich afsluiten voor de Romeinse beschaving'.
De Arabieren hebben de term overgenomen, maar er een eigen verklaring voor
gezocht. Bijvoorbeeld: een afleiding van de Arabische stam BRBR: stotteren,
stamelen. Anderen herleiden de naam, volgens islamitische traditie, tot die
van de stamvader van de Imazighen: Berou Borr of Barbar.
David
en Goliath
Geschiedschrijvers
beschouwen de Imazighen als een semitisch volk. Volgens Ibn Chaldoun
(1332-1406) zijn zij afstammelingen van Canon, zoon van Cham en kleinzoon van
Noach. Zij zouden Palestina ontvlucht zijn nadat David Goliath had verslagen.
Dergelijke verhalen komen ook voor in de joodse tradities van Noord-Afrika.
Waarschijnlijk als gevolg van de langdurige Phoenicische aanwezigheid daar. (Phoeniciërs
zijn een semitisch volk van handelaren uit de Libanon, die de stad Carthago
gesticht hebben. Deze stad is in een latere periode verwoest door de Romeinen;
er liggen nog steeds ruïnes van deze stad in het huidige Tunesië. Er zijn in
ieder geval duidelijke invloeden vanuit het Midden-Oosten herkenbaar.
Jemen
en Zuid-Marokko
Overeenkomsten in het schrift,
gevonden op grafstenen in Egypte, Nubië, Arabië en Noord-Afrika wijzen in
dezelfde richting. Opvallend is ook de overeenkomst in bouwstijl in Jemen en
Zuid-Marokko. Bij de Toeareg-stammen van de Centrale Sahara is tegenwoordig
nog steeds een geschreven taal in gebruik - het Tifinagh -, waarvan enkele
letters lijken op de oud-Tamazight schrifttekens, die waarschijnlijk
Phoenicisch van oorsprong zijn. De Touareg zijn nomaden die nooit beïnvloed
zijn door andere culturen. Zodoende hebben zij de Tamazight-cultuur altijd
zuiver kunnen houden.
De talen van de Imazighen
Het Tamazight is de moedertaal van meer dan vijftien miljoen mensen. Het
wordt, naast varianten van het Arabisch, in heel Noord-Afrika gesproken: van
Zuid-Mauretanië tot de Siwa-oase in Egypte, van de Middellandse-Zeekust tot
de zuidelijke Sahara. Het meest in Marokko en Algerije. Bijna de helft van de
Marokkanen en een derde van de Algerijnen spreekt Tamazight. Ook de Toearegs,
de nomaden van de grote woestijn, spreken een Tamazight-dialect. Ondanks dat
veel wetenschappers de Imazighen niet als volks-, maar als taaleenheid zien,
worden de Imazighen tegenwoordig in drie grote bevolkingsgroepen verdeeld: de
Imazighen van de Rif (Roe'afa), de Zayaan en de Chleuhs. Deze indeling komt
ook overeen met de classificering van de Imazighen naar hun talen.
Verschillende talen
In Marokko wordt Tamazight gesproken in het zuidwesten van het land (de taal
die daar wordt gesproken, heet Tachelhit, de sprekers heten Chleuh), in het
Atlas-gebergte (Tamazight, sprekers: Chleuh-Zayan) en in het oostelijk deel
van het Rif-gebergte (Tarifit), aan de Middellandse-Zeekust. Ook veel
Marokkanen in Nederland en België spreken Tamazight. Er zijn geen
statistieken over de moedertaal van allochtonen in Nederland, maar men schat
dat ongeveer zeventig procent van de Nederlandse Marokkanen Tamazight-talig
is.
Dialecten of talen
Dit vindt zijn oorzaak in de de bijzondere geschiedenis van de immigratie
van Marokkaanse gastarbeiders. Nederlandse en Belgische bedrijven hebben in de
jaren zestig hun arbeidskrachten voornamelijk geworven in het noordoosten van
Marokko, het gebied rond Alhoceima en Nador, dat bijna uitsluitend
Tamazighttalig is. De onderlinge verschillen kunnen zo groot zijn dat
men geneigd is van verschillende Tamazighttalen te spreken. Iemand uit Agadir
in Zuidwest-Marokko kan iemand uit Nador in de Rif bijna niet verstaan. Het
verschil tussen de talen is vergelijkbaar met dat tussen Nederlands en Duits.
Hoewel men elkaar op het eerste gehoor niet kan verstaan, is er wel veel
herkenbaar, en kan men de andere taal betrekkelijk makkelijk leren beheersen.
Tamazight
Het Tamazight is slechts in de verte verwant aan het Arabisch. Doordat in
Marokko naast het Tamazight al sinds duizend jaar Arabisch wordt gesproken,
zijn er wel veel woorden uit overgenomen. Op dezelfde manier heeft het
Marokkaans Arabisch weer veel overgenomen uit het Tamazight. Dit neemt niet
weg dat de twee talen in structuur en basiswoordenschat totaal verschillend
zijn.
Joodse
aanwezigheid
Al
in de vroegste geschiedenis van Marokko zijn er sporen van de aanwezigheid van
groepen joden. Volgens rabbijnse tradities zouden er al na de eerste
verwoesting van de tempel van Jeruzalem, in 586 voor Christus, joden zijn
uitgeweken naar Noord-Afrika. Misschien zijn ze meegekomen op Phoenicische
schepen, of over land vanuit Egypte, waar een grote joodse kolonie was. Eeuwen
later, als de eerste moslims in de regio komen, treffen zij er Tamazight
stammen die het joodse geloof aanhangen.
Dihya
De eerste archeologische bewijzen van joodse aanwezigheid dateren uit de
Romeinse tijd - wat niet wil zeggen dat ze er niet al veel eerder waren. Uit
de geschriften van Augustinus (354-430), bisschop van Hippo in Oost-Algerije,
blijkt dat er toen joden in de regio woonden. Arabische geschriften hebben het
over Dihya - later bekend geworden als de Kahina - een joodse prinses die het
verzet leidde tegen de binnenvallende Arabische legers. Idris II zou rond 800
zijn nieuwe hoofdstad Fèz hebben opengesteld voor joden, die een levendig
aandeel hadden in de Saharahandel via hun geloofsgenoten in Sijilmassa, een
stad in de Sahara van Zuidoost-Marokko.
Romeinse
provincie
Archeologische
vondsten van kort geleden hebben overtuigend bewijs geleverd van het bestaan
van een bloeiend koninkrijk in West-Algerije en Noord-Marokko in de periode na
de val van Carthago (146 voor Christus). Rome stelde zich aanvankelijk
tevreden met een soort beschermheerschap over het gebied, maar later, in 106
voor Christus, werd Noord-Afrika een Romeinse vazalstaat. Met vorsten, die
zeer nauwe banden met Rome onderhielden. Een van de bekendste vorsten uit de
periode is Juba II. Hij groeide op in Rome, en trouwde met een dochter van
Cleopatra en Augustus. Keizer Augustus vertrouwde hem het Noord-Afrikaanse
gebied toe, om er de belangen van Rome veilig te stellen.
Spaanse provincie
De dood van de zoon van Juba II luidde het einde in van de semi
-onafhankelijkheid van de Noord- Afrikaanse gewesten. De Romeinen moesten nog
wel vier jaar oorlog voeren om het gebied werkelijk te onderwerpen. Het ging
er de Romeinen niet om, van Noord-Marokko een volwaardige provincie van het
rijk te maken. Hun aanwezigheid in de regio was voornamelijk bedoeld om hun
rijke Spaanse provincie te beschermen tegen invallen vanuit Noord-Afrika.
Romeinse stad
Na 250 verminderde de invloed van Rome in Noord-Afrika. Onder keizer
Diocletianus (285-305) trokken de Romeinen zich uit grote delen van de
provincie terug. Vijf eeuwen Romeinse overheersing hebben echter betrekkelijk
weinig sporen in Marokko nagelaten. En die Romeinse invloed heeft zich ook nog
maar beperkt tot enkele steden. Er zijn nog ruïnes te zien in Volubilis,
(vlakbij Mèknès) een voormalige Romeinse stad.
Herman
Obdeijn, Paolo de Mas en Philip Hermans,
Geschiedenis
van Marokko. uitgeverij Bulaaq/Van Halewijk, Amsterdam/Leuven, 1999.
Hans Helfritz, Berberburchten en koningssteden van de islam.
Uitgeverij
Cantecleer Bv, De Bilt, 1977.
Wolfgang Neumann, Die Berber, Vielfalt und einer nordafrikanischer
Kultur. Dumont Buchverlag, Köln, 1983.
Ivo Grammet en Min de Meerman (red.), Magisch Marokko. Uitgeverij nv
Blondé sa, Wommelgem, België, 1999.
|